Samenvatting:
Voeg variabelen toe aan een interface, zodat gebruikers bepaalde waarden kunnen wijzigen vóór een handmatige run, zonder de interface-instellingen aan te passen.
Vereisten:
- Je hebt toegang nodig tot Interfaces.
- Je hebt rechten nodig om de interface te bewerken.
- De interface moet een bewerkbare draftversie hebben voordat je variabelen kunt wijzigen.
Variabelen toevoegen aan interfaces
Variabelen zijn herbruikbare waarden die BrynQ kan uitlezen wanneer een interface draait. Gebruik ze voor waarden die per run kunnen verschillen, zoals een rapportageperiode, bedrijfscode, afdeling, bestandsnaam of een andere instelling die niet vast in de interfacelogica hoort te staan.
Begrijpen hoe variabelen werken
Een Name identificeert de variabele in de interfacelogica. De naam is verplicht en moet kort, duidelijk en stabiel zijn.
Een Default value is de waarde die BrynQ gebruikt als de gebruiker vóór een handmatige run geen andere waarde invult. Dit veld is verplicht.
Een Description legt uit wat de variabele bepaalt. Dit veld is optioneel, maar helpt gebruikers de juiste waarde te kiezen wanneer ze de interface draaien.
Variabelen hebben alleen invloed op een run als de interfacelogica de Name van de variabele gebruikt. Alleen een rij toevoegen op de pagina Variables verandert het resultaat niet.
De pagina Variables openen
Open in de navigatie links Interfaces.
Open de interface die je wilt configureren.
Klik in de navigatie van de interface-editor op Variables. Hiermee open je de pagina waar je de variabelen beheert.
Is de interface live of alleen-lezen, gebruik dan het actiegebied bovenaan de interface-editor om een bewerkbare draft te openen of aan te maken voordat je variabelen wijzigt.
Een variabele toevoegen
Toont de pagina Add variables, klik dan op Add variable in het midden van de pagina. BrynQ opent de variabelentabel.
Vul in de kolom Name de naam van de variabele in. Gebruik een naam die de interfacelogica herkent, bijvoorbeeld month, company_code of file_name.
Vul in de kolom Default value de waarde in die BrynQ moet gebruiken als er vóór een handmatige run geen eigen waarde is ingevuld.
Leg in de kolom Description uit waarvoor de variabele wordt gebruikt en wat voor waarde de gebruiker moet invullen.
Zodra je de rij begint in te vullen, voegt BrynQ er een nieuwe lege rij onder toe. Gebruik die rij alleen als je nog een variabele nodig hebt.
Wacht tot de status voor automatisch opslaan aangeeft dat de wijzigingen zijn opgeslagen. De pagina Variables slaat wijzigingen automatisch op.
Variabele toevoegen aan de variabelentabel
Meer variabelen toevoegen
Gebruik de lege rij onderaan de variabelentabel om nog een variabele toe te voegen.
Vul voor elke variabele Name en Default value in. Voeg een Description toe als gebruikers context nodig hebben voordat ze de interface draaien.
Houd elke variabele gericht op één waarde. Gebruik bijvoorbeeld één variabele voor start_date en een andere variabele voor end_date in plaats van beide datums in één veld te zetten.
Wijzig de Name van een variabele liever niet meer als die al in de interfacelogica wordt gebruikt. De run kan mislukken of een verkeerde waarde gebruiken als de logica nog de oude naam verwacht.
Een variabele verwijderen
Zoek in de variabelentabel de rij die je wilt verwijderen.
Beweeg je cursor over de rechterkant van de rij.
Klik op het prullenbakicoon dat naast de rij verschijnt.
Verwijder een variabele alleen als de interfacelogica die niet meer gebruikt. Leest de logica die variabelenaam nog wel, dan kan de volgende run mislukken of onvolledige data gebruiken.
Variabelen gebruiken bij het draaien van een interface
Variabelen kun je vóór een handmatige run wijzigen. Zo kun je dezelfde interface met verschillende invoerwaarden draaien zonder de opgeslagen interface-instellingen te wijzigen.
Waarden invullen vóór een run
Zoek in het overzicht Interfaces de interface die je wilt draaien.
Klik in het actiegebied van de interfacerij op Run. Heeft de interface variabelen, dan opent BrynQ het venster Run interface.
Lees de tekst bovenaan het venster. Daar staat dat je waarden kunt invullen voor variabelen die je wilt overschrijven, of ze leeg kunt laten om de standaardwaarden te gebruiken.
Bekijk in de tabel Name, Description en Value.
Vul in de kolom Value alleen een eigen waarde in voor de variabelen die je voor deze run wilt overschrijven.
Laat Value leeg: BrynQ gebruikt dan de Default value.
Klik op Run in het actiegebied onderaan het venster om de interface met die waarden te starten.
Nuttige waarden voor variabelen kiezen
Gebruik het formaat dat de interfacelogica verwacht. Vul bijvoorbeeld een datum, code of tekst precies zo in als de interface is gebouwd om die te lezen.
Kijk bij Description als je niet zeker weet wat een variabele bepaalt.
Gebruik de standaardwaarde als je wilt dat de run zich normaal gedraagt.
Vul een eigen waarde in als deze run een andere periode, ander bedrijf, ander bestand of een andere instelling nodig heeft.
Meer informatie
Voorbeeld: een interface importeert payrolldata voor één maand. Je kunt een variabele toevoegen met de naam month met de standaardwaarde 2026-06 en de beschrijving Payroll month in YYYY-MM format. Tijdens een handmatige run kunnen gebruikers Value leeg laten om juni te draaien, of 2026-07 invullen om juli te draaien zonder de interface-instellingen aan te passen.
Variabelen vervangen geen Scenarios, Mapping, Data filters of Schedule. Ze leveren alleen waarden die de interface tijdens de run kan uitlezen. Als een variabele niet in de interfacelogica wordt gebruikt, verandert het toevoegen ervan op de pagina Variables niets aan het resultaat van de run.